Regionaal vervoer
De regeling geldt alleen voor regionaal vervoer van bijvoorbeeld Arriva, niet voor het landelijke treinverkeer dat door NS wordt verzorgd. De provincie mag in principe wel afwijken van de verhoging, maar dan moet het de vervoersbedrijven daarvoor wel compenseren.
Meer geld kwijt
In juni was de verwachting dat de kostenstijging 11,3 procent zou bedragen, maar dat is dus toch hoger uitgevallen. Dat komt doordat vervoerders meer geld kwijt zijn aan onder meer personeel en energie dat gecompenseerd moet worden. Daarnaast gaan de salarissen voor buschauffeurs met 6 procent omhoog, zoals eerder dit jaar in de cao werd vastgelegd.
Negatieve gevolgen
Middels een brandbrief uitte de provincie Limburg, samen met andere provincies, eerder al haar zorgen over de ontwikkelingen in het regionaal openbaar vervoer. De gevolgen zijn voor reizigers vaak negatief. Tussen 2019 en 2022 is de dienstregeling met 15 tot 20 procent afgenomen en ook de komende twee jaar zal dat het geval zijn, zo wordt verwacht.
En dat terwijl het gebruik van het openbaar vervoer dus snel duurder wordt. De aangekondigde prijsstijging is al de tweede in korte tijd. Aan het begin van dit jaar stegen de kosten voor trein- en buskaartjes ook al met 7 procent.