Volgens het kabinet is de uitbreiding nodig vanwege de toegenomen internationale spanningen en de groeiende behoefte aan ruimte voor defensieactiviteiten. De gemeenten Peel en Maas en Horst aan de Maas hebben aangegeven bereid te zijn hun bijdrage te leveren, maar plaatsen daarbij duidelijke kanttekeningen.
Zorgen over leef- en ondernemersklimaat
Beide gemeenten begrijpen het belang van nationale veiligheid, maar maken zich zorgen over de mogelijke gevolgen voor het woon-, werk- en leefklimaat. Met name de impact op ondernemers en inwoners vraagt volgens hen om zorgvuldige afwegingen.
Tijdens een recente bijeenkomst met staatssecretaris Tuinman hebben de gemeenten hun waardering uitgesproken voor de gesprekken die defensie heeft gevoerd met hippische belangenorganisaties. De paardensector speelt een belangrijke economische en maatschappelijke rol in de regio en kan direct hinder ondervinden van laagvliegende helikopters.
Aandacht voor ‘witte vlekken’
Daarnaast vragen de gemeenten aandacht voor de verdere uitwerking van het zogenoemde licht-planologisch regime voor laagvlieggebieden. Dit regime mag volgens hen niet leiden tot extra beperkingen voor economische ontwikkelingen of maatschappelijke opgaven, zoals de woningbouw. Specifiek wordt gewezen op de zogenoemde ‘witte vlekken’: gebieden waar laagvliegen in de praktijk tot grote problemen kan leiden, vooral voor de hippische sector en veehouderijen.